Woningaanpassingen

Hieronder vindt u beschreven wat u wel en niet dient te doen in het geval van calamiteiten en woningaanpassingen. Bij woningaanpassingen kunt u denken het vervangen van de kamerthermostaat, radiatoren of radiatorkranen, het vergroten van een CV-leiding, het aanleggen van vloerverwarming en aan het ontluchten van radiatoren.

Illustratie warmteunit 20160517


Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

DOEN:

  • In geval van CALAMITEITEN: zet de afsluiters (1-4) aan de warmteunit in de meterkast dicht.
  • Bij het ONTLUCHTEN VAN RADIATOREN dient u de volgende procedure te volgen:

1.) U draait alle radiatorkranen open en wacht enkele minuten.

Radiatorkraan met tekst

 

 

 

 

 

2.) Hierna draait u afsluiter nr. 3 en nr. 4 van de warmteinstallatie dicht. Zie bovenstaande illustratie ‘warmteunit’.

3.) Met het sleuteltje zet u de ontluchtingsventielen van de radiatoren, convectoren of vloerverwarming open. U dient bij het laagste punt in uw woning te starten met het ontluchten.

Drukwerk

 

 

 

 

 

4.) Als alle lucht ontsnapt is, draait u het ventiel direct weer dicht. Bij het ontluchten kan wat vuil water ontsnappen.

5.) Zet na het ontluchten de radiatorkranen weer in de oorspronkelijke stand.

6.) U draait afsluiters nr. 3 en nr. 4 van de warmteinstallatie weer open. Zie bovenstaande illustratie ‘warmteunit’.

LET OP: Indien u huurder bent, dient u toestemming aan uw woningcorporatie te vragen voor het verrichten van aanpassingen aan de kamerthermostaat, radiatoren, warmteleidingen en de warmteinstallatie in de woning.

  • Laat AANPASSINGEN AAN UW WARTMEINSTALLATIE (bijvoorbeeld het vervangen van de kamerthermostaat, radiatoren of radiatorkranen, vergroten van een CV-leiding, aanleggen van vloerverwarming) bij voorkeur door een erkend installateur doen. Alle (niet-modulerende) thermostaten zijn in principe toepasbaar op groene warmte. Bij twijfel kunt u contact opnemen met ons. Besluit u de aanpassingen zelf uit te voeren, neem dan de volgende voorzorgsmaatregelen:

1.) Bij het vervangen of plaatsen van een kamerthermostaat/radiatoren/vloerverwarming/radiatorkranen, dient de warmteinstallatie worden uitgeschakeld door de kamerthermostaat zo laag mogelijk te zetten of de radiatorkranen dicht te draaien.

Kamerthermostaat met tekstRadiatorkraan met tekst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.) Draai de afsluiters nr. 3 en nr. 4 dicht. Zie bovenstaande illustratie ‘warmteunit’.

3.) Draai afsluiter nr. 4 ZEER LANGZAAM open om de installatie te vullen. Zie bovenstaande illustratie ‘warmteunit’.

4.) Draai afsluiter nr. 3 weer open wanneer de installatie gevuld en ontlucht is. Zie bovenstaande illustratie ‘warmteunit’.

LET OP: Houd u er rekening mee dat indien er aanpassingen gedaan zijn aan uw warmteinstallatie, deze opnieuw zal moeten worden ingeregeld. Hiervoor kunt u met ons contact opnemen.

NIET DOEN:

  • Verbreek niet de verzegeling van de warmtemeter.
  • Verbreek niet de verzegeling van de warmteunit.
  • Doe geen aanpassingen aan de warmteunit of warmteinstallatie buiten de hier aangegeven instructies (zie tevens bovenstaande afbeelding ‘warmteunit’).